E-mailconsult voor verre patiënten

Wanneer men in afgelegen plaatsen werkt waar medisch advies niet voorhanden is, kan e-mail een nuttig medium zijn. Cooke en Holmes analyseerden gedurende 22 maanden (april 1998-januari 2000) gebruik en functioneren van een e-mailconsultatiedienst voor jonge vrijwilligers (18-25 jaar) die via de Britse Voluntary Service Overseas (VSO) 1 jaar in ontwikkelingslanden werkten.

Consequenties van de nieuwe spellingwijzigingen voor het Tijdschrift

Illustratie bij artikel over gevolgen spellingwijziging voor medische artikelen

Eind 2005 verscheen een nieuwe uitgave van de Woordenlijst Nederlandse taal (het Groene boekje), met enkele aanpassingen van de spellingwijzigingen uit 1995. Deze leidden in de media tot veel opwinding. De nieuwe spellingvoorschriften en de nieuwe Woordenlijst hebben consequenties voor de schrijfwijze van artikelen in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG).

De belangrijkste wijzigingen betreffen het met een kleine letter schrijven van samenstellingen met een eigennaam (bijvoorbeeld ‘watson-jonesartrodese’ in plaats van ‘Watson-Jones-artrodese’). Enkele afkortingen worden voortaan met een kleine letter geschreven (‘ecg’ en ‘hiv’). Tenslotte wordt de ‘paarde(n)bloemregel’ teruggedraaid (voortaan schrijft men ‘paardenbloem’ in plaats van ‘paardebloem’).

De betekenis van ingezonden brieven in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 1997/’98

Doel

Beoordelen of in ingezonden brieven in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NTvG) belangrijke wetenschappelijke kritiek op gepubliceerde artikelen wordt geformuleerd.

Opzet

Descriptief, retrospectief bibliometrisch onderzoek.

Methode

De in de periode 5 juli 1997-27 juni 1998 in het NTvG gepubliceerde brieven (n = 196) werden beoordeeld op 10 kenmerken en ingedeeld in 3 categorieën ten opzichte van het gepubliceerde artikel: ‘mee eens’, ‘niet mee eens’ (kritiek op methode of resultaten of interpretatie, of ongemotiveerde kritiek) en ‘politieke reactie’. Vervolgens werd gekeken aan welk soort gepubliceerd artikel de brief refereerde en hoeveel brieven er op hetzelfde artikel betrekking hadden. Afzonderlijk beschouwd werden 22 ingezonden brieven uit de periode oktober-december 1998 die betrekking hadden op artikelen waarvan de originele ‘peer review’-rapporten nog aanwezig waren.

Resultaten

In 115 (58,7) ingezonden brieven waren de schrijvers het eens met de auteurs. Bijna 40 (77) van de 196 brieven was te beschouwen als wetenschappelijke discussie over het betreffende onderwerp. De meeste reacties betroffen oorspronkelijke stukken en klinische lessen (25 en 19,4). In 8/196 (4,1) van de ingezonden brieven werden fouten in artikelen gesignaleerd; 6 van deze reacties leidden tot het publiceren van een verbetering (op 3 artikelen). Er werd geen kritiek gegeven die tot afwijzen van het betreffende artikel zou hebben geleid als deze vóór publicatie bekend was geweest. Uit de brieven over artikelen waarvan de peer-reviewrapporten nog beschikbaar waren, kwam geen kritiek naar voren die de peer-reviewers hadden gemist.

Conclusie

Van de ingezonden brieven in het NTvG betrof 4,1 wetenschappelijke kritiek die tot wijziging van het artikel geleid zou kunnen hebben als deze in de fase vóór aanvaarding bekend zou zijn geweest.