Kinderen beginnen minder vaak met roken als zij denken dat hun ouders het streng afkeuren

Volgens het rapport ‘Tijd voor gezond gedrag’ van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) vertonen jongeren in Nederland nog veel ongezond gedrag, ondanks de preventieve aandacht die de afgelopen jaren op hen is gericht.

Zo rookt in Nederland 44 van de 15-19-jarigen. Uit het RIVM-rapport blijkt dat ook veel ouders niet gezond bezig zijn: van de mannen rookt 37-50. Kunnen rokende ouders toch een goede invloed op het (on)gezonde gedrag van hun nageslacht hebben?

Stoppen met roken: hoe jonger, hoe beter

Volgens recente cijfers rookt aan het eind van de brugklas 23 van de Nederlandse scholieren en aan het eind van de middelbare school zelfs 44 (jaarverslag 2000; www.stivoro.nl); dit gebruik ligt hoger dan bij de jeugd in ons omringende landen en ook hoger dan bij volwassen Nederlanders.

De vraag hoe jongeren te motiveren niet te beginnen met roken of hoe hen er snel vanaf te krijgen houdt daarom veel onderzoekers bezig, vooral omdat adolescenten die eenmaal niet-rokend volwassen zijn geworden, dit meestal ook volhouden. Zo bleek in Finland een preventief middelbareschoolprogramma ook op lange termijn goede effecten te hebben.

Alcoholgebruik ook bij fietsers risicofactor voor ernstige en fatale ongelukken

In de VS wordt fietsen steeds populairder. De schaduwzijde hiervan is een toenemend aantal gewonden onder fietsers. Dat alcoholgebruik bij een deel van de fietsongelukken een rol speelt, is bekend, maar er zijn weinig epidemiologische gegevens over het risico op ernstige verwondingen bij alcoholgebruik door fietsers.

Li et al. verrichtten daarom een patiënt-controleonderzoek in Maryland naar de bloedalcoholconcentratie (BAC) onder fietsers die wegens ernstige verwondingen opgenomen moesten worden in een universiteitsziekenhuis (in de periode 1990-1997) of overleden waren (1985-1997).1 Personen die ‘s nachts een ongeluk hadden gekregen en degenen bij wie de BAC niet was bepaald werden uitgesloten van het onderzoek. De controlegroep verkreeg men door op de plaats van het ongeluk op dezelfde tijd, op dezelfde dag van de week en in dezelfde maand van het jaar passerende fietsers te interviewen en een ademtest af te nemen.

Openheid over belangenverstrengeling in biomedisch onderzoek: Amerikaanse richtlijnen schieten tekort

Belangenverstrengeling kan een gevaar zijn voor de integriteit van een wetenschappelijk onderzoek en daarom stelden de National Institutes of Health (NIH) in de VS in 1989 stringente richtlijnen op. Deze verboden medisch onderzoekers elke vorm van financieel belang in bedrijven die voordeel kunnen hebben bij de uitkomsten van hun onderzoek. Naleving hiervan verliep echter moeizaam en daarom kwamen de NIH in 1995 met een regeling waarbij veel overgelaten werd aan de integriteit en het oordeel van de individuele onderzoeksinstellingen bij het omgaan met belangenverstrengeling.

McCrary et al. onderzochten in maart 2000 op welke wijze Amerikaanse medische instellingen inhoud geven aan deze verantwoordelijkheid en vroegen de richtlijnen op van alle 127 medische faculteiten, 170 andere medische onderzoeksinstituten, 17 overheidsorganen en 48 medische tijdschriften.

Foutieve referenties komen veel voor in vooraanstaande medische tijdschriften

Voor lezers van wetenschappelijke artikelen is een betrouwbare literatuurlijst van groot belang: wanneer zij zich verder in een onderwerp willen verdiepen of beweringen van een auteur willen verifiëren, is het essentieel dat zij snel de oorspronkelijke publicatie kunnen vinden. Uit ouder onderzoek is bekend dat literatuurverwijzingen in medische tijdschriften veel fouten bevatten.

Siebers en Holt inventariseerden de fouten in referenties in het eerste nummer dat in maart 1999 verscheen van Annals of Internal Medicine (Ann Intern Med), British Medical Journal (BMJ), The Lancet, JAMA en New England Journal of Medicine (N Engl J Med).1 Alle referenties van oorspronkelijke artikelen, commentaren, overzichtsartikelen, onderzoeksverslagen en ingezonden brieven werden gecontroleerd in Medline, in andere databases of, indien nodig, aan de hand van het originele artikel.

E-mail van onbekende patiënten: terugverwijzen naar de eigen specialist?

De arts die via internet informatie publiceert, kan te maken krijgen met medische vragen van onbekende patiënten. Het kan voor de arts dan een dilemma zijn of hij op deze vragen moet ingaan of ze negeren.

De Amerikaanse kinderradioloog D’Alessandro, auteur van een ‘on line’-radiologiehandleiding, kreeg veel van dergelijke vragen, met vaak een ernstige ondertoon, en hij vond het moeilijk zich aan zijn hulpplicht als arts te onttrekken. Daarom trachtte hij met 2 medeauteurs een richtlijn voor de aanpak van dit probleem te formuleren.