Alinea als bouwsteen

Zoals de interpunctie de polsslag is van het proza, zo is de alinea de ademhaling.

Gerard Reve
Alinea met trechterstructuur: Gebouw van Slowaakse radio in Bratislava
Trechterstructuur; gebouw van Slowaakse radio in Bratislava (Foto: Jiří Sedláček; Wikipedia)

Het is voor de meeste lezers en schrijvers zo vanzelfsprekend dat we lang geaarzeld hebben om iets over alinea-indeling te schrijven. Maar bij het verzorgen van de eindredactie van medisch-wetenschappelijke teksten viel het ons steeds weer op: auteurs hebben meestal goed nagedacht over een logische opbouw en indeling van hun tekst, maar de alinea’s zijn vaak veel te lang.

Dat is jammer, want met een overzichtelijke alinea-indeling en goed gekozen tussenkopjes helpt u uw lezer gemakkelijker door uw tekst en ziet de ‘scannende’ lezer veel sneller waar de tekst over gaat. Daarom is het ook goed om de samenvatting te structureren. Bedenk bovendien dat veel lezers uw artikel alleen online bekijken; dan zijn lange lappen ononderbroken tekst al helemaal ongewenst.

Wij besteden hier veel aandacht aan en zorgen alsnog voor een overzichtelijke indeling. In dit artikel geven we adviezen over tekstopbouw: werk vanaf het begin met een logische en overzichtelijke tekststructuur, inclusief alinea’s. Om met Gerard Reve te spreken: zorg dat uw tekst ademt. Hans Teeuwen: ‘Druk je wel eens op enter?

Hoe het niet moet

Eerst een voorbeeld ‘uit de oude doos’ van het NTvG. De alinea begint op de vorige pagina:

‘Vele onderzoekers brengen waardevolle gezichtspunten op het gebied van de theoretische psychopathologie. Jelgersma ontwerpt een theorie van de kortsluiting (1911), van het gevoelsleven (1916), van de pathologische projectie (1925), van de wekdroom (1922). E.D. Wiersma, uitgaand van zijn overtuiging, dat de materiële en …’

Alinea van hele pagina, in artikel van hoogleraar Carp, uit 1951
Hele pagina zonder alinea-indeling; dit voorbeeld komt uit een artikel van de Leidse hoogleraar Psychiatrie Carp (Ned Tijdschr Geneeskd 1951; 95: 1342-9.)

Hoe het wél moet

Dit voorbeeld uit 1951 toont hoe het niet moet: een alinea van meer dan een hele pagina. Weinig ademhaling, om met Reve te spreken. De auteur geeft op deze pagina een overzicht van Groningse onderzoekers en wat ze hebben bijgedragen aan theoretische inzichten in de psychiatrische ziekteleer. Een veel betere presentatie voor dit gedeelte is: enkele korte alinea’s als introductie, gevolgd door een opsomming van de verschillende onderzoekers, met vetgedrukte namen en gemarkeerd met bulletpoints. Veel overzichtelijker:

Voorbeeld van wel goed ingedeelde tekst, met kortere alinea's en bulletpoints.

Auteurs hebben het nog steeds moeilijk met het afbakenen van alinea’s. Bijvoorbeeld een essay met in totaal 12 alinea’s, op een tekst (zonder de literatuurlijst etc.) van ruim 1900 woorden. Gemiddeld was een alinea dus 160 woorden lang (een halve pagina). De eerste alinea was een A4’tje vol, zoals in het NTvG in 1951. Of de complete beschouwing in een onderzoeksartikel van anderhalf A4’tje (500 woorden) in één alinea, of een ziektegeschiedenis van bijna 700 woorden in 2 alinea’s. Zo geeft u de lezer niet het overzicht dat deze graag wil.

Advies: vragen…

Heldere structuur: alinea's met piramidestructuur
Heldere structuren? (foto Ricardo Liberato: alle piramides van Gizeh) via Wikimedia Commons

Alle schrijfadviseurs raden aan om te begínnen met een goede alinea-indeling. Dus niet achteraf structuur en indeling aanbrengen. De Taaladviesdienst: ‘U moet dus nooit een eerste versie schrijven zonder alinea’s en die dan pas in de laatste fase aanbrengen!

Wij adviseren dan ook om te beginnen met het opstellen van een structuurschema van uw tekst. Vervolgens kunt u dan uitgaan van de onderdelen in dit schema. Deze onderdelen vormen zo de basis voor de alinea’s. In een structuurschema beantwoordt u de centrale vraag van uw tekst. Vrij naar de Taaladviesdienst: Zo’n schema bestaat uit een thema of een centrale uitspraak. Daarbij stelt u vragen die u in de tekst moet beantwoorden. Bij de antwoorden op die vragen kunt u vaak weer nieuwe vragen (subvragen) stellen, die u ook weer in de tekst moet beantwoorden.

… En antwoorden

De antwoorden op al die vragen en subvragen vormen de basis voor uw alinea’s. Streef daarbij naar een optimale lengte van uw alinea’s: een hele pagina is duidelijk te veel, maar één regel is weer wat kort. Hierover zegt de Taaladviesdienst: een goede lengte is ongeveer ’10 centimeter’ tekst (de verticale afstand tussen twee alineagrenzen). Bij moeilijker tekstsoorten zou de alinea iets langer mogen worden en bij gemakkelijke teksten zou deze nog korter moeten blijven.

Wij vinden dat de auteurs hun lezers niet moet overvragen op dit punt: hoe professioneel uw lezers ook zijn, hoe ingewikkeld een beschouwing of een onderzoeksartikel ook is, álle lezers vinden het prettig als de tekst grafisch goed ingedeeld is en de schrijvers (en de redactie) hun betoog helder structureren.

Structuur van alinea

De alinea zelf kunt u op verschillende manieren opbouwen. Erg duidelijk is om de kernzin als opening te gebruiken, gevolgd door een toelichting. Dit noemt men een piramideopbouw. Een goed voorbeeld hiervan is de bekende zin: “Dit onderzoek heeft een aantal beperkingen” als introductie van de bespreking van de beperkingen van het eigen onderzoek. In het algemeen geldt dat door de kernzin in de eerste zin te geven, de lezer snel kan zien waar de tekst over gaat. U kunt de lezer nog verder op weg helpen door met enkele signaalwoorden aan te geven wat de functie van de alinea is: ‘een goed bijvoorbeeld’, ‘nadere onderbouwing’, ‘een vraag hierbij’, ‘kritiek op deze methode’, enzovoort.

Ook is het mogelijk om eerst argumenten of toelichting te geven en dan de kern in de slotzin te verwerken (omschreven als ‘trechterstructuur). Een geslaagd voorbeeld ontlenen we aan een boekbespreking van Ad Dunning, over Cees Renckens’ Kwakzalvers op kaliloog in het NTvG:

“In dit tijdschrift is regelmatig gerapporteerd dat 1 op de 4 patiënten met ernstige ziekten als kanker, aids en neurologische aandoeningen ook een alternatieve hulpverlener raadplegen, al was het maar om niet passief aan ziekte en behandeling te zijn uitgeleverd en om zelf een zin in ziekte en een eigen bijdrage aan beterschap te kunnen leveren. Ook gebruiken gezonde mensen in dezelfde mate, in een land vol overgewicht, hun voedingssupplementen van vitaminen, mineralen, knoflook, ginseng en zeewier alsof wij in een land vol scheurbuik, beri-beri of nachtblindheid leven. Rationele geneeskunde wordt steeds meer door de schaduw van irrationeel denken gevolgd en geniet daarbij een brede maatschappelijke aanvaarding.”

Slot

De meeste auteurs van artikelen die wij bewerken, hebben goed over de inhoud van de verschillende onderdelen nagedacht. In onderzoeksartikelen volgen de auteurs uiteraard de IMRAD-structuur: inleiding (waarom bent u hiermee begonnen?), methode (wat heeft u gedaan?), resultaten (wat heeft u gevonden?) en discussie (wat betekent dat allemaal?). Daarom is het een gemiste kans als u op het niveau van alinea’s géén duidelijke structuur aanbrengt. We raden daarom aan om wél zelf een goede alinea-indeling te maken. Ook is het goed om met subkopjes te werken (ook weer niet te royaal; niet iedere alinea hoeft een tussenkopje te krijgen).

Concluderend kunnen we stellen… Sorry, we concluderen: werk met tekststructuur, werk met een logische alinea-indeling, gebruik tussenkopjes en denk aan de ademhaling van Gerard Reve of aan de enters Hans Teeuwen. Uw lezers zullen opgelucht ademhalen.

Schrijven van een wetenschappelijk artikel

Schrijven en plannen

Schrijven van een wetenschappelijk artikel: een lastige klus? (Ante Timmermans - Make a Molehill out of a Mountain (of Work); Manifesta 9, Genk, 2012)
Ante Timmermans: Make a Molehill out of a Mountain (of Work); Manifesta 9, Genk, 2012

Hoe begin je met het schrijven van een wetenschappelijk artikel? Hoe ziet de planning eruit en waarmee begin je? En hoe ga je om met twijfels: kan ik dit wel en heb ik wel genoeg te melden? Of juist: hoe krijg ik al mijn informatie in zo’n kort artikel? Patricia Gonce Morton, hoogleraar aan de University of Maryland School of Nursing, Baltimore, geeft in 2 praktische artikelen in AACN Advanced Critical Care schrijfadviezen aan beginnende auteurs.

Publishing in Professional Journals, Part I: Getting Started

Publishing in Professional Journals, Part II: Writing the Manuscript

Schrijfadviseur Tim Albert pakt het weer anders aan: hij geeft in British Journal of Hospital Medicine (2017) 8 vragen om over na te denken vóór je aan een artikel begint. De eerste is: ‘Waarom zou ik dit artikel schrijven?’ Want: ‘Wat levert mij dat op?’ Zie je meer voor- dan nadelen? Ga dan enthousiast aan de slag en maak er wat moois van. Daarna volgen praktische vragen zoals: Hoe maak je er tijd voor? Wanneer begin je met schrijven? Wie worden mijn medeauteurs? Minder voor de hand liggend vonden we zijn vragen ‘Hoe weet je dat je genoeg onderzoek hebt gedaan?’ en ‘Begin je met de titel?’

De vraag ‘naar welk tijdschrift?’ is essentieel: kies een realistisch doel en richt je artikel daarop. Met andere woorden: bestudeer het tijdschrift en de richtlijnen voor auteurs zorgvuldig en pas je artikel daar ook echt op aan: werkwoordstijden, stijl, indeling, indeling van tabellen en figuren en format van literatuurreferenties.

Serie over effectief schrijven en publiceren

Daarnaast verscheen in Journal of Clinical Epidemiology een serie instructieve artikelen over effectief schrijven van wetenschappelijke artikelen, én publiceren ervan. De auteurs, Daniel Kotz en Jochen Cals, zijn verbonden aan Maastricht University. Deze serie is niet speciaal op een bepaald tijdschrift gericht, maar is bedoeld om álle auteurs te helpen. Elk artikel is heel praktisch van opzet en geeft steeds antwoord op twee vragen: wat u moet weten en wat u moet doen. Ook zij geven eerst praktische tips voor het opstarten. Daarna volgen ze mooi de indeling van een oorspronkelijk artikel en tot slot vullen ze het geheel aan met antwoorden op vragen zoals: hoe kies je een goed tijdschrift en hoe communiceer je met redacties en referenten? De serie artikelen is vergelijkbaar met het boek van de NTvG-redactie, Het schrijven van een medisch-wetenschappelijk artikel (waarvan wij de eindredactie verzorgden).

Beide auteurs geven ook een tweedaagse cursus over schrijven en publiceren.

Goed nieuws is dat zij deze serie artikelen inmiddels ook gepubliceerd hebben in het Nederlands, in het Vlaamse huisartsenblad Huisarts Nu. Hier vindt u de links naar alle artikelen, die volledig vrij toegankelijk zijn:

  1. Het begin
  2. Titel en abstract
  3. Inleiding
  4. Methoden
  5. Resultaten
  6. Discussie
  7. Tabellen en figuren
  8. Referenties
  9. Auteurschap
  10. Tijdschriftkeuze
  11. Een artikel indienen
  12. Reageren op referentencommentaar