Richtlijnen voor publiceren

Kijk eerst naar de richtlijnen

Bij alles wat u wilt publiceren, is het goed vooraf al rekening te houden met voorschriften en regels die daarbij gelden. Uiteraard in de eerste plaats die van het tijdschrift waarin u wilt publiceren, maar van groot belang zijn ook de volgende richtlijnen. Kijk steeds bij het tijdschrift waarin u wilt publiceren welke aanvullende regels de redactie hanteert voor de verschillende rubrieken en onderzoeken.
Klik op het logo om de betreffende richtlijn te openen in een apart venster.

Aanbevelingen van het ICMJE

De aanbevelingen bevatten regels voor onder andere auteurschap, redacteuren en peer review. Verder geven ze ook praktische aanwijzingen voor de aanbieding van het manuscript, de indeling en de lay-out van artikelen. In Nederland worden ze officieel onderschreven door het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, maar bijvoorbeeld ook het Tijdschrift voor Psychiatrie en Pharmaceutisch Weekblad volgen deze aanbevelingen.

Zie ook ons bericht over de aanpassingen van de aanbevelingen in de loop van de tijd, met o.a. een nieuwe naam en – vooral van belang – uitbreiding met een vierde criterium voor auteurschap en de aanpassingen over onder andere ethische toetsing, databescherming en transparantie.

ICMJE
Het International Committee of Medical Journal Editors, de opstellers van de ‘bijbel’ voor biomedisch publiceren: de Recommendations for the Conduct, Reporting, Editing, and Publication of Scholarly Work in Medical Journals (ICMJE Recommendations)

Andere richtlijnen

Het Equator-netwerk biedt een overzicht van de verschillende richtlijnen voor publiceren. Inmiddels zijn dat er meer dan 200; het is dan ook wel begrijpelijk dat bijvoorbeeld Patrick M. Bossuyt kritische vragen stelde bij de bruikbaarheid van zoveel lijsten. Hij pleitte voor meer oog voor de praktische bruikbaarheid, bijvoorbeeld met artikeltemplates en video-instructie. Naar onze mening zal een gemotiveerde auteur zijn of haar artikel echter alleen maar verbeteren door de betreffende richtlijnen zorgvuldig toe te passen.

Equator-logo

Het CONSORT-statement voor RCT’s kunt u het beste raadplegen via het Equator-netwerk (dit biedt alle richtlijnen in één oogopslag).

CONSORT Statement
CONSORT Statement, met regels voor onder andere gecontroleerde gerandomiseerde trials

De PRISMA-regels worden uitvoerig toegelicht in een artikel in PLOS Medicine.

PRISMA Statement; bevat regels voor systematische reviews en meta-analyses
PRISMA Statement; bevat regels voor systematische reviews en meta-analyses

De STARD-aanwijzingen (voor onderzoek naar diagnostische accuratesse) zijn in 2015 vernieuwd. In het NTvG vindt u een beknopte bespreking.

http://www.stard-statement.org/
STARD-statement: aanwijzingen voor onderzoek naar diagnostische accuratesse

Om de kwaliteit van kwalitatief onderzoek te verbeteren, gebruikt u de ‘Consolidated criteria for reporting qualitative research’ (COREQ), te vinden in het International Journal for Quality in Health Care.

Q

Het STROBE-statement geeft richtlijnen voor observationeel onderzoek.

TROBE Statement met criteria voor observationeel onderzoek
TROBE Statement met criteria voor observationeel onderzoek

De website van de CARE Guidelines bevat niet alleen een checklist, maar biedt ook een onlineapp om betere casuïstische artikelen te schrijven: CARE-writer. Verder op deze site een mooie literatuurlijst voor betere casuïstiek.

In Journal for Clinical Epidemiology gaan Tugwell, Knottnerus en Idzerda in op de CARE-richtlijnen in een Redactioneel. Een – Engelstalig – overzichtsartikel over de richtlijn is te vinden in Deutsches Ärzteblatt international.

CARE Guidelines logo
CARE Guidelines: richtlijnen voor casusbeschrijvingen

Schrijf je dit los of aan elkaar?

Veel vragen over samenstellingen: los of aaneen?

ook een samenstelling Rijks...museum?
Felst bediscussieerde spatie van Nederland…

Over het aaneenschrijven of juist los schrijven van samenstellingen krijgen wij vaak vragen van auteurs. Veel schrijvers van medisch-wetenschappelijk Nederlands denken dat samenstellingen in het Nederlands niet aan elkaar geschreven moeten worden of twijfelen daarover. Bijvoorbeeld:

  • ‘postpartum psychose’ (?)
  • ‘follow-up periode’ (?)
  • ‘chronische vermoeidheid syndroom’ (?)
  • ‘witte stof volume’ (?)
  • ‘magnetische resonantiebeeld vorming’ (?)

Wij willen in dit artikel graag dit misverstand uit de wereld helpen: dergelijke samenstellingen moeten in het Nederlands aan elkaar geschreven worden.

De enige juiste schrijfwijze is:

  •  ‘post-partumpsychose’
  • ‘follow-upperiode’
  • ‘chronischevermoeidheidssyndroom’
  • ‘wittestofvolume’
  • ‘magnetischeresonantiebeeldvorming’

Dit zijn Nederlandse samenstellingen en ze moeten daarom aan elkaar geschreven worden. Ook Pinkhof geneeskundig  woordenboek schrijft: ‘nucleairemagnetischeresonantietomografie’ en ‘magnetischeresonantiespectroscopie’.

Vergelijk deze vaktermen met een duidelijker woord, bijvoorbeeld ‘langeafstandsloper’: een loper van lange afstanden (niet: een lange loper van afstanden). Ook de medische term ‘diarreegevallen’ moet aan elkaar geschreven worden (niet: ‘diarree gevallen’). In ‘wittestofvolume’ heeft ‘witte’ betrekking op ‘volume’, vroeger schreef men dan vaak een koppelteken: ‘witte-stofvolume’. In de huidige spelling zijn koppeltekens in dit soort samenstellingen niet meer gebruikelijk.

Veel artsen zien vooral Engelse literatuur (of schrijven die zelf), en daarbij moeten veel van deze samenstellingen wel los geschreven worden. We denken dat veel misverstanden daardoor ontstaan.

Regels voor samenstellingen

Hoge flux reactor, hogefluxreactor of Hoge Flux Reactor?
Hoge flux reactor, hogefluxreactor of Hoge Flux Reactor?

De regels voor de Nederlandse spelling zijn te vinden in de officiële Woordenlijst Nederlandse spelling (in het Groene boekje en op http://woordenlijst.org/). Dat deze regels kennelijk lastig zijn, zien we ook in het NOS-bericht over een dreigend tekort aan medische isotopen, met maar liefst drie schrijfwijzen van de leverancier ervan: de hogefluxreactor in Petten.

De officiële spelling volgens de regels van de Nederlandse Taalunie is geldig in Nederland en in het Vlaams sprekende gedeelte van België. In de leidraad vindt u een uitgebreide toelichting.

Over samenstellingen wordt in de technische handleiding – waar deze spelling op gebaseerd is – het volgende geschreven (bl. 78, http://taalunieversum.org/spelling/download/technische_handleiding.pdf):

‘8.2 Algemene regel: aaneenschrijven

De algemene regel luidt: in principe wordt alles wat als één woord wordt beschouwd

als één woord geschreven (…). Dat geldt voor zowel ongelede als gelede

woorden.

De algemene regel houdt in dat de volgende gevallen aaneengeschreven worden:

1. de leden van een samenstelling:

agendapunt, aspergebed, bedrijfsklaar, bessensap, leverkwaal, lichtblauw, …

2. een samengesteld woord waarin een van de leden zelf al een samengesteld of

afgeleid woord is:

gastransportsysteem, glastuinbouw, kniepeesreflex, linkerdijbeenbreuk, …

3. een samengesteld woord waarin een van de leden een woordgroep is:

eersteministerportefeuille, chemischewapensprogramma, gelijkekansenbeleid,

hogedrukgebied, hogedrukreiniger, hogeremachtsvergelijking, inbouwopenhaard,

korteafstandloper, koudwaterkraan, lagereschooltijd, langetermijnplanning,

socialezekerheidsbeleid, tweedefasediploma, tweedegraadsvergelijking,

vrijemarkteconomie.’

Aan de officiële woordenlijst of de technische handleiding ontlenen wij  voor de duidelijkheid nog een aantal voorbeelden:

a-capellakoor, ad-hocbeslissing, ad-interimaanstelling, at-homegevoel,

déjà-vugevoel, ex-libriscatalogus, in-situsanering, in-vitrofertilisatie, pro-Deoadvocaat,

anorexia-nervosapatiënt, doctor-honoris-causakandidaten, fin-de-siècleverhaal,

haute-couturewinkel, laisser-fairementaliteit.

Schrijf je samenstellingen met Engelse termen ook aan elkaar?

Ook over de samenstellingen met Engelse (vak)termen in het Nederlands krijgen we regelmatig vragen van auteurs.

Ook daarbij gelden de regels van het Groene boekje (de officiële spellingregels). Ook Pinkhof Geneeskundig woordenboek volgt deze schrijfwijze bij het aaneenschrijven van samenstellingen.

Hoewel woorden in het Engels vaak los geschreven worden, moeten we ze in Nederlandse samenstellingen aan elkaar schrijven. Daarbij geeft het Groene boekje mooie voorbeelden, zoals ‘humanresourcesmanager’ (‘medewerker personeelszaken’), ‘onemanshow’, ‘onewayscreen’  en ‘publicrelationsmedewerker’.

Bij medische vaktermen zijn er vele samenstellingen van dit patroon: ‘follow-upperiode’ noemden we al, maar ook bijvoorbeeld ‘reversetranscriptasepolymerasekettingreactie’ (daardoor kunnen deze samenstellingen ook erg lang worden).

Vergelijk ook bijvoorbeeld: in het Engels ‘selective serotonin-reuptake inhibitor’; in het Nederlands ‘selectieve serotonineheropnameremmer’. Verder schrijven we ‘samplingstudie’ en ‘microarrayanalyse’.

Termen uit de statistiek zoals ‘hazard ratio’ worden in het Nederlands steeds meer geschreven als vernederlandste samenstellingen, dus ‘hazardratio’ en ‘oddsratio’ (zie bijv. statistiekartikel uit 1998 in het NTvG).

Therapie tegen ‘medische lintwormen’?

Door het aaneenschrijven kunnen wel erg lange samenstellingen ontstaan. Piet van Sterkenburg noemde ze ‘medische lintwormen’. De voormalig directeur van het Instituut voor Nederlandse Lexicologie te Leiden en hoogleraar Lexicologie aldaar kon ze niet echt waarderen. Hij stelde in de ‘taalvergaderingen’ van het NTvG vaak voor om zulke monsterlijke constructies te vermijden. In plaats van ‘reversetranscriptasepolymerasekettingreactie’ zou u kunnen schrijven: ‘polymerasekettingreactie op basis van reversetranscriptase’. Maar voor auteurs die in de praktijk hier veel mee werken, kan dat geforceerd of gezocht overkomen. Daarom kunt u vaak beter een afkorting introduceren, bijvoorbeeld SSRI voor ‘selectieve serotonineheropnameremmer’. Samenstellingen los schrijven is in ieder geval geen goede oplossing.

Links | Taalkundige links

Taalkundig advies? Kies een goede adviseur
Taalkundig advies: laat u niet het bos insturen

Evidence-based redigeren?

U wilt uw Nederlandstalige biomedische manuscript zo goed mogelijk aanleveren, maar u twijfelt over een taalkundige kwestie? U kunt ons altijd benaderen met specifieke vragen; we adviseren u graag.

Hoe beter u zelf uw manuscript aanlevert, hoe meer de uiteindelijke formuleringen overeenkomen met uw eigen keuze. Een goede redacteur zal bij zijn of haar bewerking standaard streven naar oplossingen waar zowel auteur als lezer mee gediend is. Alle redactionele wijzigingen zijn zo veel mogelijk gebaseerd op regels en evidence. Aanpassingen ‘omdat iets mooier is’, zijn immers moeilijk te verdedigen.

Daarom zijn onderstaande bronnen nuttig om zo veel mogelijk ‘evidence-based’ te redigeren en te schrijven. Schrijf je bijvoorbeeld: ‘Sommige van de onderzochte patiënten’ of ‘Sommigen van de onderzochte patiënten? In onderstaande taalkundige links vindt u het antwoord.

Nuttige taalkundige links

  1. Zit het Groene boekje niet in uw tekstverwerker? Zet dan de Woordenlijst Nederlandse Taal in ieder geval in uw internetfavorieten.
  2. Verder is het aan te bevelen om de digitale versie van Van Dale Groot Woordenboek van de Nederlandse Taal op uw pc te installeren.
  3. Onmisbaar voor medische auteurs en redacteuren is een pc-versie van Pinkhof Geneeskundig Woordenboek. Voor de liefhebbers is er ook een app beschikbaar. Pinkhof geeft uitgebreide beschrijvingen en taalkundige toelichting. Superspecialisten zullen niet altijd alle vaktermen erin vinden, vooral de nieuwste (nog) niet.
  4. Een van de betere sites voor taaladviezen is volgens ons die van Taalunieversum (van de Nederlands Taalunie): http://taaladvies.net/
  5. Goede tweede is de rubriek Taaladvies van Onze Taal. Ook hier is het moeilijk een vraag te bedenken die nog niet in de archieven is opgenomen: http://www.onzetaal.nl/taaladvies
  6. Voor de liefhebber is er de Elektronische ANS of Algemene Nederlandse Spraakkunst. Hier vindt u een compleet overzicht van grammaticale verschijnselen in het Nederlands, met adviezen over vormen die wel of niet zijn toegestaan. In het zoekvenster kunt u ook zoeken op vrije tekst, dus als u een voorbeeldzin invoert, vindt u vaak wat u zoekt: http://ans.ruhosting.nl/e-ans/index.html

Is dit Vlaams geen Nederlands?

Vlaams-Nederlands
Vlaams-Nederlands

Vlaams of Nederlands: standaardtaal?

Bij ons redactiewerk voor o.a. het Tijdschrift voor Psychiatrie (en eerder ook bij het Tijdschrift voor Fertiliteitsonderzoek) stuiten we vaak op Vlaamse uitdrukkingen en zegswijzen. Een bijzonder aspect van dit tijdschrift is namelijk de nauwe samenwerking tussen Nederlandse en Vlaamse redactie en auteurs. Wat betekent dit voor de Vlaamse auteurs? En voor de eindredactie? Wat is specifiek aan Nederlands-Vlaams? Wanneer is het beter om een Vlaams aandoende term te vervangen door een noordelijker variant?

De afspraak binnen de redactie is dat het taalgebruik afgestemd moet zijn op de standaardtaal (algemeen Nederlands) binnen het gehele taalgebied, dus zowel in Vlaanderen als in Nederland. Sommige uitdrukkingen en zegswijzen zijn alleen geaccepteerd in Vlaanderen. Deze zouden de duidelijkheid van een tekst voor Nederlandse lezers ondermijnen.

De Nederlandse Taalunie maakt onderscheid tussen drie varianten:

  • standaardtaal in in het hele taalgebied (Vlaanderen en Nederland),
  • standaardtaal in Vlaanderen (maar niet in Nederland),
  • standaardtaal in Nederland (maar niet in Vlaanderen). De Taalunie schrijft hierover:

“- Varianten die standaardtaal zijn in het hele taalgebied, krijgen in een advies het label ‘standaardtaal’. Dergelijke varianten zijn algemeen bruikbaar in het publieke domein in Nederland en in België. Voorbeelden zijn: hond, van een mug een olifant maken

(Voor een aantal concepten uit België bestaat er geen woord in Nederland (bijvoorbeeld Grondwettelijk Hof, belfort, waterzooi [Gents gerecht met kip of vis, groenten, room en aardappelen]), en omgekeerd bestaat er voor een aantal concepten uit Nederland geen woord in België (bijvoorbeeld waterschap, Koninginnedag, balkenbrij). Zulke cultuurgebonden woorden noemen we ook zonder meer standaardtaal.)

– Varianten die standaardtaal zijn in België, maar niet in Nederland, krijgen in een advies het label ‘standaardtaal in België’. Varianten met dit label zijn in principe algemeen bruikbaar in het publieke domein in België. Standaardtaal in België zijn bijvoorbeeld wisselstukken, lidkaart en schepen.

– Varianten die standaardtaal zijn in Nederland, maar niet in België, krijgen in een advies het label ‘standaardtaal in Nederland’. Varianten met dit label zijn in principe algemeen bruikbaar in het publieke domein in Nederland. Voorbeelden zijn pinpas, fileparkeren, koopavond en wethouder.”

Wat betekent dit in de praktijk? Sommige fraaie Vlaamse uitdrukkingen zullen bij het redigeren de eindstreep niet halen, omdat ze niet tot de standaardtaal voor het gehele taalgebied horen. Welke ‘Vlamismen’ komen we regelmatig tegen in artikelen van Vlaamse psychiaters?

Voorbeelden Vlaamse niet-standaardtaal

‘Weerhouden’

‘Resultaten van onderzoek werden weerhouden’,

‘Als etiologische factoren worden genetische belasting weerhouden.’

‘De Northoff Catatonia Rating Scale (NCRS) […] bestaat uit 40 criteria, weerhouden uit het werk van Kahlbaum […] en Ungvari.’

‘In alle schalen is grimasseren een item, terwijl dit in de MRS en de RCS niet is weerhouden omdat dit kenmerk door Kraepelin en Bleuler beschreven werd als een symptoom van schizofrenie, en dus niet (enkel) van katatonie […].’

‘Weerhouden’ betekent hier ‘selecteren, overhouden, in aanmerking nemen’ volgens de site Het Vlaams Woordenboek. In het noorden betekent ‘weerhouden’ juist ‘niet-selecteren’ of ‘tegenhouden’; gebruik van deze term zou daarom verwarrend zijn. De Nederlandse Taalunie rekent ‘weerhouden’ ook niet tot de standaardtaal in België.

‘Op punt stellen’

‘De diagnostiek op punt stellen.’

‘Het doel van dit onderzoek is het op punt stellen (nieuw ontwikkelen) van een High Performance Liquid Chromatography (HPLC) methode voor de bepaling van de emissie van carbonylverbindingen uit materialen die onder andere gebruikt worden in het interieur van auto’s.’

(Dit voorbeeld is afkomstig van de OU). ‘Op punt stellen’ betekent ‘uitwerken’, ‘ontwikkelen’.

‘Internering’

De vakterm ‘internering’ of  ‘interneren’ betekent in het Vlaams: ‘gedwongen opname in psychiatrische inrichting (interneren), meestal nadat volgens psychiatrisch rapport van geen of verminderde toerekeningsvatbaarheid sprake is’ (Omschrijving van Het Vlaams Woordenboek).

In het Tijdschrift voor Psychiatrie wordt deze vakterm wel gebruikt, maar dan met een aanvullende beschrijving:

In België kunnen mensen met een psychische stoornis die een delict gepleegd hebben, tot internering veroordeeld worden. Daarbij is een deskundigenverslag van een psychiater nodig.’

Andere voorbeelden

Tot slot geven we nog een aantal verschillende voorbeelden.

In een casuïstische mededeling (gevalsbeschrijving) kwamen we tegen: ‘… voor de gedwongen opname was poliklinisch een uitgebreid diagnostisch bilan verricht naar comorbiditeit …’

Het woord ‘bilan’ is een Vlaamse uitdrukking voor ‘balans’ (en is geen standaardtaal in België); we herschreven deze zin daarom als volgt: ‘… voor de gedwongen opname was poliklinisch een uitgebreid diagnostisch onderzoek verricht naar comorbiditeit …’.

In de volgende zin is ‘kaderen’ niet algemeen gebruikelijk: ‘Of het aandachtstekort en de impulsiviteit kaderen binnen ADHD of binnen een bipolaire stoornis, is in de acute fase vaak niet uit te maken.’ Dit zouden we vervangen door ‘passen bij’.

Soms is een verschil tussen Vlaams en Nederlands subtiel: ‘Dit hoge aantal is relatief, gezien sommige methoden nauwelijks van andere verschillen.’ Hier zouden we van maken: ‘Dit hoge aantal is relatief, aangezien sommige methoden nauwelijks van andere verschillen.’ De Taalunie stelt dat ‘gezien’ in dit voorbeeld gebruikt wordt als voegwoord (in de betekenis ‘aangezien’ of ‘omdat’). Volgens de Taalunie komt het gebruik in België van ‘gezien’ in deze betekenis (als voegwoord) vaak voor. Omdat veel taalgebruikers ‘gezien’ als voegwoord niet zien zitten, stelt de Taalunie: ‘Het is daarom vooralsnog niet duidelijk of het, op die manier gebruikt, tot de standaardtaal in België gerekend kan worden.’ Nog een voorbeeld: ‘Gezien de thuissituatie onhoudbaar was, werd beslist tot opname.’

Ook ‘eerder’ lijkt in de Vlaamse context net een andere betekenis te hebben dan in het Noord-Nederlands. In een Vlaamse tekst lezen we: ‘Aangaande ouderen en psychiatrische problematiek gedurende pandemieën is de literatuur eerder beperkt’. Bedoeld wordt: de literatuur is nogal, tamelijk of vrij beperkt. Een synoniem van ‘quasi’ (vrijwel): ‘Deze aandoening wordt quasi niet beschreven in de literatuur’. Mogelijks lees je als onnozele Noord-Nederlander dus over specifieke Vlaams taaleigen heen, dat doorheen een hele tekst terugkeert.

Functie en afdeling/dienst

Aanduidingen van afdelingen en functies verschillen ook:

  • ‘diensthoofd’ voor ‘afdelingshoofd’;
  • ‘dienst’ voor ‘afdeling’;
  • ‘Dienst intensieve zorgen’ voor ‘afdeling Intensive care’;

Ook de titel ‘professor’ duidt in Vlaanderen en Nederland niet hetzelfde ambt aan. In Vlaanderen spreekt men ook docenten en hoofddocenten aan een academische instelling (universiteit, hogescholen met masteropleiding) als ‘professor’ aan. Ook docenten aan een seminarie spreekt men in Vlaanderen aan als ‘professor’. In Nederland duidt men alleen hoogleraren zo aan. Een punt van aandacht dus bij de vermeldingen in de adresnoot in wetenschappelijke artikelen.

Verder zijn er meer folkloristische verschillen in zegswijzen. De Vlamingen gebruiken de uitdrukking ‘op zijn honger blijven zitten’, bijvoorbeeld wanneer een recensent niet geheel tevreden is over het boek dat hij of zij bespreekt. Hij of zij moet dan wel uitleggen ‘waar het schoentje wringt’.